Auteursrechtverklaring
Inhoud
Vectorvormen ontwerpen in Microsoft Paint voor ITH-borduren: de complete praktijkgids
Als je ooit nét iets te veel In-The-Hoop (ITH)-bestanden hebt gekocht en dacht: "Ik snap het principe—ik zou zelf een simpele rits-template moeten kunnen maken", dan ben je klaar voor de volgende stap. Dit project is de ideale brug tussen "ik kan een gekocht bestand borduren" en "ik kan mijn eigen ITH-constructie opzetten".
We maken een eenvoudige, vierkante ritsportemonnee voor een 4x4-workflow. Je gebruikt Microsoft Paint om strakke hulplijnen en vlakken te tekenen die later losse borduurstappen worden. Paint is simpel, maar het dwingt je de kernlogica van digitaliseren te begrijpen: vormen = stappen, kleuren = stops.

Wat je onder de knie krijgt (het "waarom" achter het "hoe")
- Pixelnauwkeurigheid: hoe je in Paint een écht vierkant tekent door de pixelmaten te controleren, zodat je later minder hoeft te corrigeren.
- Kleurstop-logica: verschillende kleuren gebruiken als “stapscheiding”, zodat Sew Art precies weet wanneer er gepauzeerd moet worden voor rits/stofplaatsing.
- ITH-volgorde begrijpen: de vaste volgorde: plaatslijn → rits vastzetten → stof vastzetten → eindnaad.
- Botsingen voorkomen: hoe je twee klassieke ITH-problemen voorkomt: stof die onder de ring vouwt en de persvoet die tegen de ritsrunner tikt.
Deel 1: Het digitale bouwplan (ontwerpen in Paint)
In deze fase werk je als “constructeur”. Je scherm is je tekentafel. Het gaat niet om artistiek tekenen, maar om strakke geometrie en duidelijke stappen.
Stap 1 — Teken het hoofdvierkant (pad van de eindnaad)
Begin in Paint met één groot vierkant. Dit is niet zomaar een kader: in de praktijk is dit de eindnaad die straks alle lagen van je portemonnee bij elkaar houdt.
Belangrijke nuance: niet op het oog tekenen. Kijk in de statusbalk van Paint (meestal linksonder) naar de pixels. Je wil een echt vierkant (bijv. 510 x 510 pixels). Als je hier al een rechthoek tekent, wordt je pouch scheef en staat je rits later niet haaks op de randen.
Controlepunt: de lijnen moeten strak zijn (liefst 1 pixel dik). Breedte en hoogte moeten exact gelijk zijn.
Verwacht resultaat: een schoon, éénkleurig vierkant dat de buitencontour van je pouch definieert.

Stap 2 — Voeg de rits-plaatslijn (“die line”) toe
Schakel naar een duidelijk andere kleur (bijv. rood). Teken een smalle rechthoek binnen het bovenste deel van je vierkant.
- Doel: dit is je “landingsbaan” voor de ritsband.
- Breedte: breed genoeg voor tandjes + band, maar niet zó breed dat je in de uiteindelijke naadzone komt.
- Middenlijn: teken een lijn precies door het midden. Dit is je visuele anker om de rits netjes te centreren tijdens het borduren.
Controlepunt: de ritsbox staat horizontaal gecentreerd. Die kleurwissel is essentieel—als dit dezelfde kleur is als je buitenvierkant, krijg je geen stopmoment om de rits te plaatsen.
Verwacht resultaat: een duidelijke plaatszone voor de rits.

Stap 3 — Voeg de rits-vastzetlijnen toe
Kies een derde kleur. Teken twee evenwijdige lijnen in de ritszone, links en rechts van de middenlijn.
Praktijkinzicht: veel beginners maken dit te ingewikkeld (extra zigzags, veel te veel lijnen). In de video wordt ook genoemd dat extra lijnen “steeds dichter op elkaar” weinig toevoegen. Je hebt vooral genoeg grip nodig om de ritsband aan het borduurvlies te fixeren. Twee rechte, parallelle lijnen zijn meestal voldoende.
Controlepunt: de lijnen liggen binnen de ritsbox. Als dit je tack-down is, moeten ze op de ritsband landen—niet ernaast.
Verwacht resultaat: een vastzetzone die de rits fixeert zonder de band zo te perforeren dat hij gaat scheuren.

Stap 4 — Voeg stof-tack-down rechthoeken toe
Maak met een vierde kleur rechthoeken die aangeven waar je stofdelen komen (meestal boven- en onderpaneel van de pouch).
De logica: deze rechthoeken vertellen de machine: “stop hier, zodat je de stof kunt plaatsen.” Zonder kleurstop borduurt de machine door en kun je je lagen niet gecontroleerd opbouwen.
Controlepunt: je tack-down stappen sluiten logisch aan op de ritszone. Kieren of misalignment betekent later openingen/zwakke plekken.
Verwacht resultaat: duidelijke “stopmomenten” die de constructie volgorde sturen.

Optioneel — Voeg een eenvoudige applicatievorm toe
In de video wordt een vorm (zoals een ster) toegevoegd als decoratie.
Pro tip uit de praktijk: wil je liever een afbeelding gebruiken in plaats van tekenen, dan kun je een afbeelding kopiëren en later in Sew Art plakken. Plaats decoratie wel ruim weg van de rits-tandjes en de eindnaadzone om naaldbreuk en onnodige dikte te vermijden.
Deel 2: Van tekening naar steken (bewerken in Sew Art)
Hier vertaal je “pixels” naar “steken”. Dit is de opschoonfase: je wilt voorkomen dat de machine ruis als borduurinformatie ziet.
Stap 1 — Plakken en strak bijsnijden
Plak je Paint-tekening in Sew Art. Snijd direct zo strak mogelijk bij rondom je ontwerp.
Waarom dit telt: witruimte “steelt” borduurruimte. Een 4x4 is klein; je kunt geen extra marge verspillen.
Controlepunt: zoom in—blijft de rand volledig intact, maar zit je crop zo dicht mogelijk tegen de buitenlijn?
Verwacht resultaat: maximale ontwerpmaat binnen je canvas.

Stap 2 — Schalen met aspect ratio vergrendeld
Schaal naar de maximale veilige maat voor je 4x4.
- Praktijklimiet: 3,90 inch. Vol 4,00" geeft bij veel machines sneller “te groot”-meldingen.
- Lock Aspect Ratio: aan.
Controlepunt: kijk na het schalen of lijnen elkaar ineens raken of “verdwijnen”. Als dat gebeurt, waren je oorspronkelijke lijnen mogelijk te dun.
Verwacht resultaat: een vierkant van 3,90" dat zonder foutmelding in je ring past.

Stap 3 — Kleuren reduceren (opschonen)
In de video wordt het aantal kleuren teruggebracht (bijv. naar 5 kleuren).
Waarom: afbeeldingen bevatten vaak anti-aliasing (grijze tussenpixels). De software kan dat als extra kleurstap zien, met onnodige stops/draadwissels als gevolg. Kleuren reduceren dwingt de software tot duidelijke keuzes.
Controlepunt: je constructiekleuren (buitennaad, ritsplaatsing, tack-down) moeten duidelijk verschillend blijven.
Stap 4 — Steektypes kiezen voor stevigheid
Dit is de belangrijkste technische keuze. Voor constructienaden (buitenlijn/centerline) adviseert de video:
- Steektype: Bean Stitch (ook wel Triple Run).
- Lengte: 2,0 mm.
- Height/Density: 25.
Waarom dit werkt: een gewone run stitch (één keer) is vaak te zwak voor een pouch die je keert en gebruikt. Een bean stitch loopt heen-en-weer en geeft een dikkere, sterkere naad die beter tegen trekken kan.
Controlepunt: in de preview moet de lijn vol en stevig ogen, niet als een stippellijn.
Verwacht resultaat: een naad die het “keren” (inside-out draaien) goed overleeft.

Praktische noot over "inspanstations"
In de video komt naar voren dat softwarestappen niet altijd één-op-één overeenkomen met wat er fysiek gebeurt. Als je borduurwerk steeds net uit het midden loopt, is dat niet altijd een digitaliseerfout—het kan ook aan je inspannen liggen. De term inspanstation voor machinaal borduren verwijst naar hulpmiddelen die uitlijning en herhaalbaarheid standaardiseren, zodat je sneller ziet of een probleem digitaal (bestand) of fysiek (voorbereiding) is.
Deel 3: De setup (fysica & veiligheid)
Dit project wordt op een 4x4-machine geborduurd met borduurvlies, een rits en katoen. Hier gaat het vaak mis: je moet twee krachten beheersen—schuiven (zijwaarts) en oplichten/flagging (stof die omhoog komt en mee beweegt).
De “verborgen” verbruiksartikelen
Naast stof en garen is dit wat je klaar wilt leggen:
- Tape: goede (borduur)tape of schilderstape die stevig houdt maar schoon loslaat.
- Schaar: één voor stof en één voor borduurvlies/rits (houd je stofschaar scherp).
- Naald: 11/75 of 14/90. Je gaat door ritsband en meerdere lagen katoen/tape; een te fijne naald kan afbuigen.
- Wateroplosbare pen: om middenpunten te markeren.
Waarschuwing (veiligheid): houd vingers, losse mouwen en losse draden uit de buurt van de naaldzone. Plaats materialen aan de rand van de borduurring. Probeer niet “even” vlak bij de naald vast te houden terwijl de machine beweegt.
Waarschuwing (apparatuur): als je je tooling wilt upgraden: veel magnetische borduurringen gebruiken sterke industriële magneten. Die kunnen flink knellen. Gebruik geen krachtige magnetische ringen als je een pacemaker hebt zonder medisch advies.
Borduurvlies en inspannen
De video laat zien dat je het borduurvlies in de ring spant en de rest “zwevend” opbouwt.
Basisregel: het borduurvlies is je fundering. Het moet strak staan als een trommelvel. Tik erop: je wilt een duidelijke tok, geen doffe trilling.
Workflow-upgrade: traditionele schroefringen kunnen ringafdrukken geven op gevoelige materialen omdat je met wrijving en druk werkt. Bij ITH met ritsen en een dikkere “sandwich” klemmen magnetische borduurringen verticaal. Dat helpt om lagen vast te houden zonder het forceren van een binnenring in een buitenring.

Ritsoriëntatie (kritische failsafe)
- Met de tandjes omhoog: je ziet de tandjes.
- Runner buiten het naaldpad: begin met de runner buiten de stikzone.
- Tape: tape beide uiteinden goed vlak.
Controlepunt: strijk met je vinger over de rits—hij moet vlak liggen, zonder boog of bobbel.
Voorbereidingschecklist
- Naaldcheck: nieuw en onbeschadigd.
- Onderdraad: genoeg op de onderdraadspoel voor het hele project.
- Borduurvlies: trommelvel-test gehaald.
- Rits: gecentreerd, runner naar de rand.
- Tape: stroken alvast klaar (scheelt stress bij stops).
Deel 4: Het borduren (uitvoering)
Nu voer je het “programma” uit. Het ritme is: stoppen, plaatsen, controleren, doorgaan. Bij ITH loop je niet weg bij de machine.
Stap 1 — De kaart (eerste outline)
Borduur de eerste kleurstap direct op het borduurvlies.
Snelle visuele check: is je vierkant echt recht? Als het op een ruit lijkt, staat je borduurvlies niet strak of is het scheef ingespannen.
Verwacht resultaat: een gestikte blauwdruk op je borduurvlies.

Stap 2 — Rits plaatsen
Leg de rits precies tussen de gestikte hulplijnen. Tape de boven- en onderkant royaal vast.
Controlepunt: rits gecentreerd; tape zit vast.
Stap 3 — De verankering (rits tack-down)
Borduur de vastzetlijnen.
Luistercheck: het geluid moet gelijkmatig zijn. Hoor je een zwaar “bonk”-ritme, dan kan de naald moeite hebben met dikke ritsband/tape.
Concept: nu gaat de belasting van tape naar draad. De rits zit mechanisch vast aan het borduurvlies.
Stap 4 — Stof plaatsen (de sandwich)
In de video wordt katoen dubbelgevouwen gebruikt voor een nette afgewerkte rand.
- Leg de vouwlijn tegen de rits-tandjes (of je hulplijn).
- Tape de hoeken stevig.
Dikte in de ring: naarmate je lagen opbouwt, wordt het pakket dikker. Een standaard schroefring kan dan makkelijker “open” werken als hij niet stevig genoeg vast zit. In zo’n situatie kan een magnetische borduurring 4x4 voor brother praktischer zijn, omdat hij zich aanpast aan de dikte van de stapel zonder telkens bij te stellen.

Stap 5 — Gevarenzone (verplaats de runner!)
KRITIEKE STAP: vóór de eindnaad moet je de rits een stukje openzetten.
- Waarom open? Als je hem volledig dichtstikt, kun je niet keren—dan heb je een gesloten “envelop”.
- Waarom de runner verplaatsen? Als de runner in het naaldpad ligt, kan de persvoet hem raken en raakt je uitlijning in de war. Zet de runner in een veilige zone, weg van waar de voet/naald langs komt.
Stap 6 — Eindnaad
Leg de achterstof met de goede kant naar beneden over de hele stapel. Tape alle vier hoeken. Borduur de buitenlijn opnieuw (bean stitch) als sluitnaad.
Controlepunt: kijk extra goed wanneer de machine langs de ritszone gaat—daar is naaldafbuiging het meest waarschijnlijk.
Operatiechecklist
- Rits-tack-down is echt OP de ritsband geland (niet ernaast).
- Stofranden liggen recht en vlak.
- KRITIEK: rits staat open.
- KRITIEK: runner staat buiten het naaldpad.
- Achterstof dekt het hele ontwerpgebied af.
Deel 5: Afwerken (de reveal)
Afwerking maakt van een “gestikt lapje” een product dat er professioneel uitziet. Het verschil zit vaak in trimmen.
Stap 1 — Keeropening knippen
Haal het werk uit de borduurring. Draai het om naar de borduurvlieskant. Knip voorzichtig in het borduurvlies (alleen het borduurvlies!) langs de middenlijn/geleidelijn zodat je een opening krijgt om te keren.
Tactiele tip: knijp het borduurvlies iets weg van de ritsband voordat je knipt, zodat je niet per ongeluk in de ritsband knipt.

Stap 2 — Trimmen en haaks maken
Trim de buitenrand netjes.
- Naadtoeslag: laat ongeveer 1/4 inch (6 mm) rondom de naad staan.
- Hoeken: knip de hoeken schuin weg (zonder in de stiklijn te knippen) om bulk te verminderen.
Productie-inzicht: als je er meerdere maakt, is consistent trimmen belangrijk voor een uniforme look. Bij seriewerk kunnen herhaald inspannen en knippen belastend worden. Systemen zoals hoop master inspanstation voor borduurringen kunnen helpen om je voorbereiding consistenter en ergonomischer te maken.
Stap 3 — Keren
Keer via de ritsopening naar de goede kant. Gebruik een stokje/point-turner om de hoeken voorzichtig uit te duwen.
Controlepunt: zijn de hoeken scherp? Loopt de rits soepel zonder dat borduurvlies mee trekt?

Optioneel: lintjes en labels
Wil je een lintlus of label? Leg het in de sandwich (lus naar binnen, uiteinden naar buiten) vóór de eindnaad, zodat het mee vastgestikt wordt.
Kwaliteitscontrole & beslisboom
Doe deze checks direct na het keren.

Beslisboom "steekbeeld & stofgedrag"
Gebruik deze logica om plooien/puckering te voorkomen:
- Is je stof stabiel (quilting cotton/katoen)?
- Ja: tearaway (standaard) of medium cutaway (sterker voor duurzaamheid).
- Nee (stretch/tricot): STOP. Gebruik cutaway + versteviging op de stof. Met tearaway op rekbare stof kan de rits de stof uit elkaar trekken.
- Werk je met dikke lagen (bijv. meerdere lagen + rits)?
- Ja: gebruik een scherpe naald (90/14) en borduur rustiger.
- Optimalisatie: als je ring moeite heeft met de dikte, kan een magnetisch klemsysteem helpen.
Troubleshooting
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Snelle fix | Preventie |
|---|---|---|---|
| Persvoet raakt de ritsrunner | Runner in het naaldpad; machine “reset” richting midden. | NOODSTOP. Controleer of de naald krom is. | Pauzeer vóór de eindnaad en zet de runner in een veilige zone. |
| Stof vouwt onder de ring | Losse stofranden aan de onderkant; te weinig tape. | Uithalen (helaas). | Tape de onderzijde van de borduurring royaal vast. |
| Rits is niet meegepakt | Ritsband lag bol/was niet vlak; plaatsing net naast de tack-down. | Herhaal de tack-down stap als je nog ruimte hebt. | Maak de rits vlak vóór je tapet. |
| Steken ogen los | Spanningsprobleem of flagging (stof veert mee). | Controleer onderdraad inrijgen. | Steviger borduurvlies of magnetische borduurring voor brother om beter te klemmen. |
| Pouch is scheef (trapezium) | Borduurvlies is verschoven in de ring. | Niet echt te redden. | Trommelvel-strak inspannen en tijdens stops niet trekken aan het werk. |
Tot slot
Je bent nu van “gebruiker” naar “maker” gegaan: je hebt een template getekend, omgezet naar steken en een functioneel ITH-product opgebouwd.
Voor hobbygebruik kom je met zorgvuldig tapen en een standaard ring al ver. Maar als je er tientallen maakt, worden de frictiepunten duidelijk: opnieuw inspannen kost tijd, vingers krijgen het zwaar en uitlijning moet reproduceerbaar zijn. Dan worden hulpmiddelen zoals inspanstations en magnetische ringen minder “luxe” en meer “workflow”.

Eindcontrole (leverstandaard)
- Rits loopt soepel en trekt geen borduurvlies mee.
- Hoeken zijn scherp en haaks.
- Geen rafelranden zichtbaar, binnen of buiten.
- Constructienaden (bean stitch) houden stand bij lichte trek.
