Auteursrechtverklaring
Inhoud
De ‘verborgen kosten’ van trims bij machinaal borduren
Luister eens bewust naar je borduurmachine. Hoor je een constante, ritmische "doef-doef-doef", of klinkt het als file rijden—"optoeren, stoppen, klonk-knip, verplaatsen, weer optoeren"?
Dat "klonk-knip"-moment is letterlijk verloren productietijd.
Twee borduurbestanden kunnen op je scherm identiek lijken, maar toch totaal verschillend uitborduren qua snelheid. Het verschil zit meestal niet in de motorsnelheid van je machine, maar in de ‘verborgen kosten’ van onnodige trims (draadknips) die in het bestand geprogrammeerd staan.

In deze masterclass ontleden we hoe John Deer deze efficiëntiekillers herkent. We blijven niet hangen in theorie, maar gaan naar een herhaalbare workflow: mechanische trims vervangen door slimme travel-/runsteken, zodat je machine doorloopt in plaats van steeds te stoppen.
Digitaliseer je voor productie—of draai je een thuisstudio waar 2 minuten per shirt besparen het verschil is tussen op tijd klaar of tot middernacht doorwerken—dan is dit één van de meest rendabele edits die je kunt doen. Het is een denk- en kijkvaardigheid die perfect samengaat met hardware-workflow upgrades zoals magnetische borduurringen wanneer je doel is om de totale cyclustijd (inspannen + borduren + afwerken) te verlagen, in plaats van alleen naar het stekenaantal te staren.
Wat je leert (en wat er verandert zodra je dit toepast)
- ‘Röntgenblik’: trims herkennen die je niet als steken ziet (de kleine schaar-icoontjes).
- De ‘120-steken-regel’: waarom één trim qua tijd kan voelen als 120 steken borduren.
- De ‘brug’-techniek: met Digitize After veilige travelsteken tussen objecten plaatsen.
- De ‘vluchtsimulator’: met Slow Redraw de flow controleren vóór je een kledingstuk riskeert.
- Angst wegnemen: de twee meest voorkomende zorgen: "Zie je de verbindingsdraad?" en "Waarom ging mijn stekenaantal omhoog?"
Stekenaantal vs. looptijd: wat je software je niet vertelt
Een contra-intuïtief feit van de productievloer: het stekenaantal op je scherm is geen tijdmeting. Het is niet ‘onwaar’, maar het vertelt niet wat je machine in seconden gaat doen.

John gebruikt een eenvoudig voorbeeld: een cirkel opgebouwd uit veel kleine ‘dot’-objecten. Bij elk dotje staat een schaar-icoon: de machine krijgt dus de opdracht om tussen elk dotje te trimmen.
Wat er fysiek gebeurt bij een trim
Om te snappen waarom dit zo veel tijd kost, visualiseer wat de machine daadwerkelijk doet:
- Afremmen: van (bijv.) 800 SPM naar 0.
- Afhechten (tie-out): kleine locksteken om rafelen te voorkomen.
- Knippen: het knipmechanisme grijpt in (die hoorbare klonk).
- Sprong (jump): de pantograaf verplaatst naar de volgende positie.
- Aanhechten (tie-in): locksteken op de nieuwe plek.
- Optoeren: geleidelijk terug naar borduursnelheid.
De realiteitscheck: “120 steken per trim”
John geeft aan dat je tot 120 steken aan looptijd kunt verliezen door onnodige trims. Dat is een bruikbare vuistregel voor inschatting.

In zijn voorbeeld toont het originele bestand 4.380 steken. Maar er zitten grofweg 36 trims in.
- Rekensom: 36 trims × 120 ‘equivalente steken’ = 4.320 fantoomsteken.
- Praktijk: dit kleine ontwerp kan in werkelijkheid ongeveer dubbel zo lang lopen als je software doet vermoeden.
Praktijkvraag: “Waarom ging het stekenaantal omhoog nadat de trims eruit waren?”
Een oplettende kijker zag dat na optimalisatie het stekenaantal met 116 steken steeg. Dat schrikt beginners vaak af, omdat ze denken: "lager stekenaantal = altijd beter".
John bevestigde dit: hij voegde 116 run-/travelsteken toe om de gaten te overbruggen. Toch wordt het ontwerp efficiënter in looptijd. Waarom? Omdat 116 steken op snelheid (bijv. 800 SPM) maar enkele seconden kosten, terwijl tientallen trim-cycli je machine telkens laten afremmen, knippen, springen, opnieuw aanhechten en weer optoeren.
De mindset-shift voor productie:
- Beginners focussen op stekenaantal.
- Pro’s focussen op stop/start-momenten.
Voor één handdoek als cadeau maakt het weinig uit. Maar bij een batch van 50 stuks tikt 60–120 seconden per stuk hard aan. Dat is dezelfde logica waarom professionele shops niet alleen bestanden optimaliseren, maar ook hun inspannen standaardiseren—bijvoorbeeld met een inspanstation voor machinaal borduren—zodat de winst in borduurtijd niet verdwijnt in traag, inconsistent inspannen.
Stap-voor-stap: met ‘Digitize After’ objecten verbinden
Hier vertalen we de video naar een workflow die je elke keer kunt herhalen. Volg het als een checklist.

Voorbereiding (vóór je het bestand aanraakt)
Software-edits moet je altijd fysiek kunnen verifiëren. Zorg dat je ‘digitale theorie’ ook getest kan worden in de echte wereld.
Verborgen verbruiksmaterialen & checks (niet overslaan)
- De juiste naald: zorg dat er een frisse 75/11 naald in zit. Een botte/gerafelde punt kan travelsteken sneller laten breken.
- Proeflap + borduurvlies: test niet op je eindkledingstuk. Gebruik materiaal met vergelijkbaar gewicht/rek.
- Vergroten: gebruik zoom (of een loep bij het beoordelen van het borduursel) om te checken of travelsteken écht ‘begraven’ zijn.
- Productiecontext: als je voor snelheid optimaliseert, combineer dit met efficiënt laden/lossen. Veel shops koppelen bestandsoptimalisatie aan een vaste inspanketen met een inspanstation voor borduurringen zodat bespaarde borduurtijd niet verloren gaat aan langzaam, handmatig inspannen.
Pre-Flight checklist:
- Zoom-check: open het ontwerp en zoom minimaal tot ca. 400% zodat je eindpunten en penetraties ziet.
- Schaar-jacht: scan visueel op schaar-icoontjes (trim-commando’s) in je werkgebied.
- Kleurlogica: bevestig dat de objecten die je wilt verbinden exact dezelfde draadkleur/kleurbalk zijn.
- Afstand-inschatting: liggen objecten dicht bij elkaar (typisch enkele millimeters)? Dan zijn travelsteken vaak geschikt. Liggen ze ver uit elkaar, verbind dan niet.
Stap 1 — Analyseer het ontwerp op inefficiëntie
John begint met een visuele audit: bij elk dotje staat een schaar-icoon.

Praktijkcheck: kijk ook naar je Sequence View (objectvolgorde). Een ‘schoon’ bestand loopt logisch door. Een ‘rommelig’ bestand is hakkelig, met trims die de flow steeds onderbreken.
Stap 2 — Kies het startobject (en controleer de draadkleur)
John zoomt naar 3:1. Hij selecteert het eerste object in de Sequence View (lijst rechtsboven) en benadrukt dat je dezelfde draadkleur moet gebruiken—hier teal green.

Checkpoint: zorg dat er maar één object geselecteerd is. Als je per ongeluk een hele groep selecteert, kan “Digitize After” op het verkeerde punt in de volgorde terechtkomen.
Stap 3 — Activeer ‘Digitize After’
Klik met rechts op het geselecteerde object in het werkgebied en kies Digitize After. Druk daarna (in John’s software) op de sneltoets “1” om de invoermodus te starten voor een runsteek.

Wat je hiermee zegt tegen de software: "Stop niet na dit object; ik wil direct hierna steken toevoegen zodat de draad doorloopt naar het volgende punt."
Stap 4 — Maak de travel-/runsteek tussen twee objecten
Dit is de kritieke ‘brug’-stap. Nauwkeurigheid is hier alles.
- Anker: klik exact op het eindpunt van het huidige object.
- Overbrug: klik over de opening naar het startpunt van het volgende object.
- Bevestig: druk op Enter.

John geeft aan dat je de travelsteek “precies ertussen/eronder” wilt plaatsen, zodat hij wordt afgedekt door de onderlaag of satijnsteken van het volgende object.

Snelle visuele check: verdwijnt het schaar-icoon? Zie je een dun verbindingslijntje? Succescriterium: de lijn is zo kort mogelijk—geen lussen, geen omwegen.
Stap 5 — Herhaal de optimalisatie rond de cirkel
Dit is repetitiewerk, maar het loont. Herhaal de keten:
- Selecteer het volgende object (of de nieuw gemaakte run path).
- Rechtsklik → Digitize After.
- Overbrug de afstand.
- Enter.

Terwijl je werkt, zie je in de Sequence View hoe er ‘Run Path’-objecten tussen de ‘Satin Path’-objecten komen. Je bouwt een doorlopende draadroute.

Checkpoint: je hoort een patroon te zien: Object → Run → Object → Run.
Instelnotities die ‘zichtbare connector’-problemen voorkomen
Een veelvoorkomende zorg uit de reacties: "Gaat die verbindingsdraad niet zichtbaar zijn, als een soort ‘lollystokje’?”
De praktijk: dat hangt af van de laagopbouw.
- Afdekregel: als het volgende object satijn is of voldoende dicht (of er komt later een rand/omlijning overheen), kan één runsteek netjes verdwijnen.
- De ‘nudge’-tip uit de reacties: iemand stelde voor om de kleine cirkels iets dichter richting de buitenrand te schuiven, zodat de travelsteek door de afwerksteek/rand wordt afgedekt. Dat is een slimme productietruc.
Stabiliteit bij inspannen: doorlopend borduren vraagt meer van je stabilisatie. Bij veel stop/start (trims) ‘ontspant’ de stof telkens even; bij doorlopende steken blijft de trek (push/pull) constant.
- Zie je travelsteken scheef lopen of toch verschijnen, dan kan het ook stofverschuiving zijn.
- Oplossing: span strak en consistent in. Veel operators verminderen verschuiving en ringafdrukken op lastige stoffen door te werken met herpositioneerbare borduurring-oplossingen die stevig grijpen zonder de stofstructuur te ‘pletten’.
Mid-process checklist:
- Eindpunt-precisie: klik je echt op eindpunten, of ‘ongeveer in de buurt’?
- Afdekcheck: landt de travelsteek onder het volgende object (niet in open achtergrond)?
- Volgordecheck: staan de run paths logisch in de Sequence View?
- Kleurveiligheid: heb je per ongeluk een kleurwissel geïntroduceerd? (Je wilt één kleurblok.)
Push/pull-compensatie bij kleine cirkels
John raakt een belangrijk digitaliseerprincipe aan: wat perfect lijkt op het scherm, gedraagt zich anders op stof.

Een perfecte cirkel op het scherm kan op stof ovaal uitkomen door pull compensation (de draad trekt de vorm smaller).
- Vuistregel: digitaliseer kleine cirkels vaak als een ‘zijwaarts eitje’ (iets breder in steekrichting/kolombreedte), zodat het uiteindelijk rond oogt.
- Link met trims verwijderen: door trims weg te halen verander je de spanningsdynamiek; de draad loopt continu door en trekt dus ook continu.
Praktijkgevoel: wrijf met je duim over de cirkels in het eindresultaat. Ze horen stevig en gelijkmatig te voelen. Zie je onderdraad aan de bovenkant of voelt het slap, dan klopt je spanning/compensatie mogelijk niet.
Het resultaat visualiseren met Slow Redraw
Vertrouw nooit alleen op de statische weergave. Je moet de ‘film’ van je ontwerp bekijken.

Stap 6 — Simuleer en verifieer
Gebruik Redraw / Slow Redraw. Dit is je virtuele proefrit: je ziet exact hoe de naaldroute loopt.

Waar je op let:
- Sprong vs. steek: ‘teleporteert’ de cursor (trim/jump), of schuift hij door (steken)?
- Afdekking: schuift de route door een open achtergrond (slecht), of onder het volgende object (goed)?
Operation checklist (wat je checkt vóór export)
Behandel dit als een checklist vóór je het bestand opslaat/uitstuurt.
Pre-Export checklist:
- Flow: Slow Redraw toont doorlopende verbindingen tussen objecten.
- Onzichtbaar: travelsteken kruisen geen open achtergrond.
- Trimreductie: het aantal trims is sterk gedaald (bijv. van 38 naar 3).
- Veiligheid: vermijd lange travelstukken zonder afdekking; lange losse draden kunnen blijven haken.
Commerciële ‘level up’
Als je dit soort optimalisatie dagelijks doet om deadlines te halen, zit je mogelijk aan de grens van je huidige hardware.
- Bottleneck: single-needle machines vragen meer handwerk (o.a. kleurwissels) en trims kosten relatief veel tijd.
- Groeipad: bij structureel grotere orders kan een meernaaldborduurmachine je workflow stabiliseren en versnellen.
Troubleshooting (symptoom → waarschijnlijke oorzaak → fix)
Gebruik dit overzicht als het misgaat. Check altijd eerst je fysieke setup voordat je de software de schuld geeft.
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Snelle fix | Preventie |
|---|---|---|---|
| Machine is traag terwijl het stekenaantal laag lijkt. | Veel trims: de machine verliest tijd aan afremmen/knippen/aanhechten. | Optimaliseer: verbind dicht bij elkaar liggende objecten met “Digitize After”. | Scan op schaar-icoontjes vóór je borduurt. |
| Connectoren zijn zichtbaar (‘lollystokje’). | Travelsteek loopt over open stof of wordt niet volledig afgedekt door het volgende object. | Plaatsing aanpassen: laat de travelsteek dieper onder het volgende object landen. | Gebruik Slow Redraw om ‘begraven’ te controleren. |
| Stekenaantal is gestegen na bewerken. | Je hebt travelsteken toegevoegd (bijv. +116). | Geen paniek: dit is normaal; doorlopende steken zijn sneller dan trim-cycli. | Focus op looptijd/stop-start, niet alleen op steken. |
| Rommelige/verwormde kleine objecten. | Doorlopende trek + onvoldoende stabilisatie/inspannen. | Stabiliseren & strak inspannen: voorkom stofverschuiving. | Consistente inspanning en passend borduurvlies. |
| Draadbreuk tijdens travel. | Te lange travelstukken of te hoge spanning. | Maak travel korter of laat een trim toe waar nodig. | Controleer bovenspanning; test op proeflap. |
Beslisboom: wanneer verbinden en wanneer trimmen?
Verwijder niet blind elke trim. Gebruik deze logica:
- Zijn de objecten dezelfde draadkleur?
- Nee → Stop. Dan hoort er een trim/kleurwissel tussen.
- Ja → Ga naar stap 2.
- Is de afstand kort (en praktisch te ‘overbruggen’)?
- Nee → Stop. Laat de trim staan; lange losse draden kunnen blijven haken.
- Ja → Ga naar stap 3.
- Wordt de travelsteek afgedekt door het volgende object of een latere rand?
- Ja → Actie: verbinden met “Digitize After”.
- Twijfel → Voorzichtig: eerst proefborduren.
- Nee → Stop. Trim behouden voor netheid.
- Is dit bulkproductie?
- Ja → Optimaliseer consequenter; in combinatie met een hoopmaster inspanstation-workflow leveren seconden per stuk uren op.
- Nee → Kies eerder voor uiterlijk dan voor pure snelheid.
Resultaat (hoe ‘succes’ eruitziet)
Aan het einde laat John het verschil zien: zelfde ontwerp, zelfde stof, totaal ander machinegedrag.

De ‘voor’-versie toont Total Trims: 38: 38 onderbrekingen, 38 momenten waarop iets kan misgaan, 38 keer die knipcyclus.

De geoptimaliseerde versie toont Total Trims: 3. Visueel blijft het ontwerp gelijk, en de registratie/uitlijning is vaak zelfs beter doordat de machine vloeiender doorloopt.
Opleverstandaard (wat je opslaat/exporteert)
Als je klaar bent, hoort je ‘gold master’-bestand aan dit te voldoen:
- Opslaan als nieuwe versie (bijv.
Design_Optimized_v1.emb)—overschrijf het origineel niet. - Gecontroleerd in Slow Redraw (geen sprongen over open achtergrond).
- Proefgeborduurd op vergelijkbaar materiaal.
Tot slot: workflow als geheel Bestandsoptimalisatie is software-efficiëntie, maar een snelle shop vraagt ook om een snelle fysieke workflow.
- Software: minder stop/start tijdens borduren (Digitize After).
- Hardware/proces: sneller en consistenter inspannen.
- De brug: zodra je bestanden sneller zijn, worden je handen vaak de bottleneck. Dan loont het om je fysieke proces te standaardiseren—bijvoorbeeld met een magnetisch inspanstation—zodat je snelle bestanden niet hoeven te wachten op langzaam laden/lossen.
Korte noot uit de reacties: welke software is dit?
In de tutorial gebruikt John Deer Embroidery Legacy software. De onderliggende logica van “Digitize After” (soms ook “Insert Object”, “Branching” of “Travel Run” genoemd) bestaat echter in veel professionele digitaliseerprogramma’s, waaronder Wilcom en Hatch. De knopnaam verschilt, maar de borduurfysica blijft hetzelfde.
