Auteursrechtverklaring
Inhoud
Van clipart naar cash: de ultieme gids voor felties digitaliseren & borduren
Als je ooit een schattige clipart hebt gekocht en dacht: “Dat maak ik vanavond even tot een feltie,” om vervolgens te eindigen met een draadnest en een onherkenbare klodder… dan ben je niet de enige. Machinaal borduren is toegepaste techniek: je moet snappen hoe digitale pixels zich vertalen naar spanning, steekopbouw en draadverplaatsing.
In deze gids nemen we een ruwe, aangekochte afbeelding, maken die ‘digitize-proof’ zodat auto-digitizing zich gedraagt, en bouwen het bestand op zoals je dat in een productie-omgeving wilt. We maken niet alleen iets “moois”; we bouwen borduurbare vormen.

Fase 1: MS Paint als ‘chirurgisch’ voorwerk
De grootste beginnersfout is een complexe afbeelding direct in digitaliseer-software gooien. Die software is letterlijk: ziet het een minieme pixel-gap, dan maakt het sprongsteken. Ziet het een oogje van 1 mm, dan kan dat eindigen in een knoop/kluwen die je naald en draad niet leuk vinden.
Stap 1 — Micro-details chirurgisch verwijderen
Open je paarden-clipart in MS Paint. Zoom uit tot het ontwerp ongeveer postzegelgroot op je scherm is. Gebruik Freeform Selection om de kleinste details te verwijderen—hier: oog, neus en mond.
Waarom: details die te klein zijn, worden door auto-digitizing vaak ‘dichtgepropt’ met steken of krijgen rare sprongen. In de video wordt dit expliciet gedaan om frustratie en rommelige resultaten te voorkomen. Wil je die features toch? Digitaliseer ze later als losse, eenvoudige vormen en voeg ze daarna toe.
Snelle check: zoom in/uit. Het gezicht moet een rustige, strakke silhouetvorm zijn—geen “korrelige” micro-pixels die straks als losse eilandjes worden gezien.
Stap 2 — Schalen naar een realistisch formaat (25%)
Verklein de afbeelding naar 25% van het originele formaat.
Snelle check: ziet het nu al blokkerig/pixelig uit, dan worden je randen straks ook rafelig in draad. Begin liever met een schonere bron of vereenvoudig nog verder.
Stap 3 — Net overdragen
Select All → Copy. We gaan door naar Sew Art.
Fase 2: de kleurreductie-ladder (Sew Art)
Auto-digitizing loopt vaak vast op verlopen en schaduwen. Wat jij als “een beetje grijs” ziet, kan voor de computer tientallen tinten zijn—met als gevolg: veel losse segmenten en dus sprongsteken (“confetti”).

Stap 4 — De afbouwmethode (100 → 50 → 10 → 5 → 4)
Plak de afbeelding in Sew Art. Ga niet in één klap naar 4 kleuren. Bouw af in stappen:
- Reduceer naar 100 kleuren.
- Daarna naar 50.
- Daarna naar 10.
- Daarna naar 5.
- En pas dan naar 4 (of jouw doel).
Waarom: in de video wordt dit ‘langzaam’ reduceren gebruikt zodat de software pixels beter kan hergroeperen. In één keer naar 4 dwingt vaak slechte keuzes af, met trapvormige randen.
Snelle check: kijk naar de buitenrand van je paard. Die moet rond blijven, niet veranderen in ‘traptreden’.
Stap 5 — Vullingen homogeniseren
Gebruik de Dropper en Paint Bucket/Fill Region om tinten gelijk te trekken. Als de vacht uit meerdere bijna-gelijke bruintinten bestaat: maak er één consistente bruin van.

Stap 6 — Achtergrond isoleren met hoog contrast
Vul de achtergrond met een schreeuwerige, contrasterende kleur (zoals fel blauw). Dit is geen eindkleur; het is een controlemiddel om verborgen witte eilandjes en losse pixels zichtbaar te maken.
Snelle check: je wilt een harde scheiding tussen ontwerp en achtergrond. Zie je witte spikkels in het ‘blauwe water’? Dan moet je nog samenvoegen/opschonen.
Stap 7 — Spikkels wegwerken
Merge de resterende mini-specs.
Praktijkhint: als je later bij een ogenschijnlijk ‘effen’ vlak toch veel trimt/knipt en sprongen krijgt, is de kans groot dat er nog losse pixel-eilandjes zaten.
Fase 3: het steekbestand ‘engineeren’
Nu vertalen we pixels naar instructies. Schone start/stop-punten helpen om rommel aan de achterkant te beperken.

Stap 8 — De running outline
Ga naar Stitch Image. Kies Running Stitch.
- Height: 2
- Length: 20
Let opdit zijn waarden binnen de eenheden/logica van Sew Art (zoals in de video gebruikt).
Cruciale actie: klik op de onderkant/basis van het ontwerp om het start/stop-punt te zetten. In de video wordt dit gedaan omdat een vlakke onderzijde makkelijker “sluit” en je aanhechting onderin visueel het minst opvalt.
Stap 9 — Vullingen genereren
Klik in de binnenvlakken om de fill-steken te laten genereren.
Snelle check: als een klein onderdeel (bijv. oor) als los eiland wordt behandeld, heb je het in Stap 5 mogelijk niet voldoende ‘één kleur/één vlak’ gemaakt.
Stap 10 — Exporteren
Sla het bestand op (bijv. als PES, zoals in de video). Digitaliseren klaar; nu komt de opbouw voor productie.
Fase 4: opbouw & afwerking (Sew What Pro)
Hier maak je van een “steekbestand” een “product”: plaatsingslijn (waar leg je je vilt) en een stevige rand (bean stitch) voor een nette afwerking.

Stap 11 — De 2-inch maat
Open het bestand in Sew What Pro. Zet de breedte op ongeveer 2 inch.
Maak de kleuren in je weergave wat donkerder zodat je ze beter ziet op de witte achtergrond (zoals in de video).

Stap 12 — Plaatsingslijn (die line)
Gebruik Add Border.
- Type: Running Outline
- Distance: 2
- Stitch Length: 20
Snelle check: je ziet nu een dunne lijn net buiten je paard. Dit is je ‘leg-lijn’ voor het vilt.

Stap 13 — Bean stitch rand (de ‘pantserrand’)
Voeg een tweede border toe.
- Type: Bean Outline (triple stitch)
- Distance: 2
- Stitch Length: 20
Pas deze laag aan naar 2.15 inch zodat hij net buiten de plaatsingslijn valt (zoals in de video getoond).
Snelle check: de bean stitch oogt dikker/koordachtig omdat hij vooruit-achteruit-vooruit stikt.
Fase 5: productielogica & opschalen
Als je meerdere felties maakt, wil je niet onnodig vaak wisselen of handmatig ‘één voor één’ werken. De volgorde van lagen is hierbij alles.

Stap 14 — De ‘feltie-sandwich’ volgorde
Zet je draad-/laagvolgorde in de logische volgorde voor floating:
- Placement line (op het borduurvlies)
- Tack down (zet het bovenste vilt vast)
- Details/gezicht/manen
- Final bean stitch (afsluiten)
Belangrijkde bean stitch moet als laatste. In de video wordt dit expliciet zo geordend om te voorkomen dat je rand al dicht zit voordat de details erop staan.
Stap 15 — Batchen voor minder stops
Kopieer/plak het ontwerp zodat er twee (of meer) in je ring passen. Gebruik Join Threads om dezelfde kleuren/onderdelen te groeperen.
- Resultaat: eerst alle placement lines, dan leg je al het vilt, dan alle tack downs, enz.
- Voordeel: minder draadwissels en een rustiger workflow.


Praktijknoot: als je dit gaat verkopen, wordt inspannen vaak je bottleneck. Standaard ringen kosten tijd en kunnen afdrukken geven op gevoelige materialen.
Hier stappen veel makers over op een magnetische borduurring zodat je sneller kunt werken zonder schroef-gedoe.
Fase 6: het uitborduren (de praktijk)
Hier gaat het om fysieke realiteit: wrijving, stabiliteit en veilig werken.

Stap 16 — Basis strak in de ring
Span alleen je borduurvlies in. Het moet strak staan.
Floating techniek: je spant het vilt niet mee in; je legt het bovenop na de placement line.
- Waarom: in de video wordt vilt ‘floating’ gebruikt om vervorming te vermijden.
Tip voor Brother-gebruikers: bij een standaard borduurring 4x4 voor brother: draai de schroef niet overdreven strak.
Stap 17 — Plaatsen en de ‘waarschuwingszone’
Borduur de placement line op het kale borduurvlies. Leg daarna het vilt netjes over de lijn.
Stap 18 — Backing aanbrengen (achterkant netjes maken)
Borduur de details. Haal daarna de ring van de machine (maar haal het borduurvlies niet uit de ring). Draai om en tape een stukje vilt op de achterkant over het stiksel.

Actie: gebruik tape die niet extreem lijmt. In de video wordt het backing-vilt vastgezet zodat de laatste bean stitch alles ‘sandwicht’ en losse draden verbergt.
Stap 19 — Definitief sluiten
Plaats de ring terug en borduur de laatste bean stitch. Dit sluit boven-vilt, borduurvlies en backing-vilt samen.
Praktijkcheck: in de video wordt ook genoemd dat een bijpassende onderdraadkleur voor de laatste rand de achterkant netter maakt.
Stap 20 — Kwaliteitscontrole
Haal uit de ring en knip ruim uit.


Primer: het feltie-ecosysteem
Je bouwt eigenlijk een mini-productielijn. Succes hangt aan drie dingen: voorbereiding, fysica en geduld. Deze workflow maakt van digitale art een stevig product door rekening te houden met de grenzen van draad en materiaal.
Het beheersen van inspanstation voor borduurmachine-achtige projecten is een logische opstap naar patches en badges: dezelfde laagopbouw, dezelfde ‘sandwich’-logica.
Voorbereiding: ‘mise-en-place’ voor borduren
Behandel je borduurplek als een professionele werkbank. Halverwege een stop zoeken naar tape of backing is vragen om fouten.
Verborgen verbruiksmaterialen (start niet zonder)
- Naalden: 75/11 Sharp (zoals in de draft genoemd; bij vilt kan een te ronde punt vezels mee trekken).
- Onderdraad: gebruik voor de laatste rand bij voorkeur een bijpassende onderdraad zodat de achterkant netter oogt (zoals in de video).
- Tape: om backing-vilt te fixeren.
- Schaartje: appliqué-/duckbill-schaar helpt om niet per ongeluk in steken te knippen.
Prep-checklist
- Naaldcheck: fris en onbeschadigd.
- Ontwerpcheck: micro-details (oog/mond) verwijderd vóór auto-digitizing.
- Afmeting: eindbestand rond ~2 inch breed.
- Machine: draadpad schoon, geen pluis.
- Werkplek: tape en backing-vilt alvast op maat.
Setup: beslismatrix
Beslisboom: borduurvlies & inspannen
1. Wat is je topmateriaal?
- Stevig vilt: tear-away is vaak voldoende.
- Zachter vilt: cut-away geeft meer steun.
2. Hoe fixeer je het materiaal?
- Standaard borduurring: vilt ‘floating’ verwerken (zoals in de video).
- magnetische borduurringen voor brother / Baby Lock / etc: je kunt afhankelijk van grip ook direct inspannen, omdat je minder ‘klemdruk’ van een schroefring hebt.
3. Productievolume?
- < 5 stuks: handmatig werken is prima.
- > 20 stuks: een hoop master inspanstation voor borduurringen helpt om herhaalbaar te positioneren.
Uitvoering: workflow & veiligheid
Uitvoeringschecklist
- Placement: die line op het borduurvlies.
- Tack down: vilt dekt de lijn volledig.
- Pauze: ring veilig los voor backing.
- Backing: vilt achterop vastgetapet, tape zoveel mogelijk uit het steekpad.
- Eindrand: bean stitch sluit alles.
Kwaliteitschecks: pass/fail
- Knijptest: voelt het ‘keihard’ of overvol? Dan is je ontwerp te dicht of je hebt micro-details niet verwijderd.
- Randcheck: ligt de bean stitch netjes op het vilt, of valt hij eraf? Valt hij eraf, dan moet je Distance/offset kleiner zetten.
- Achterkant: veel lussen wijst vaak op spanning/onderdraad-issues.
Troubleshooting: snelle fix-tabel
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| “Confetti” / veel sprongsteken | Te veel kleurtinten/losse pixel-eilandjes in Sew Art. | Ga terug naar stap 4–7: kleuren stapsgewijs reduceren en vullingen homogeniseren. |
| Gepixeleerde/rommelige vullingen | Te snel naar weinig kleuren gereduceerd. | Gebruik de ladder 100 → 50 → 10 → 5 → 4 zoals in de video. |
| Veel sprongsteken in 1-kleur lijnwerk | Segmentatie/auto-instellingen maken losse objecten. | Controleer of je ontwerp echt één doorlopende vorm is en of er geen kleine ‘eilandjes’/spikkels zijn; reduceer/merge waar nodig. |
| Rommelige achterkant / zichtbare sprongen | ‘Normaal’ bij veel stops en trims. | Gebruik backing-vilt en laat de laatste bean stitch alles ‘sandwichen’ (zoals in de video). |
| Dubbele tack-down lijn | Onnodige extra tack-down stap in het bestand. | Verwijder de tweede tack-down in Sew What Pro vóór je gaat borduren (zoals in de video aangeraden). |
Resultaat
Door complexe clipart eerst terug te brengen naar een strakke silhouet en daarna op te bouwen in constructielagen (Placement > Tack > Detail > Rand), krijg je een bestand dat voorspelbaar en netjes uitborduurt.
Softwarevaardigheid is belangrijk, maar in de praktijk loopt efficiëntie vaak vast bij het inspannen. Als je het proces leuk vindt maar de herhaling van schroefringen zat bent, kijk dan naar inspanstations of magnetische frames om je hobbyhoek meer als een professionele werkplek te laten draaien.
