Auteursrechtverklaring
Inhoud
Je werkgebied instellen voor quiltblokken
Een quiltblok dat strak uitborduurt begint met één niet-glamoureuze maar cruciale keuze: een realistisch werkgebied definiëren én meteen een "veiligheidsmarge" meenemen. In professioneel digitaliseren kun je dit zien als het "randmarge-principe": je ontwerpt niet tot op de absolute grens, maar net daarbinnen.
In deze tutorial (Sue’s workflow in Hatch Embroidery 2.0) zetten we het werkgebied op 8,00 x 8,00. Dat is stap één. Stap twee is rekening houden met de praktijk: borduurringen hebben dikte, de persvoet heeft ruimte nodig, en bij een quilt-sandwich (topstof + batting + backing) krijg je extra trek en compressie.
Als je borduurt met een specifieke beperking, zoals een borduurring 8x8 voor brother, is "8,00 x 8,00" als eindmaat aanhouden vragen om problemen. De buitenste steken die precies op de rand zitten vergroten de kans op een limietmelding of—nog erger—dat de persvoet de ring raakt. Houd je buitencontour daarom bewust iets binnen de grens.

Stap 1 — Werkgebied definiëren (8,00 x 8,00)
- Nieuw bestand starten: Open Hatch en begin met een nieuw ontwerp.
- Werkgebied openen: Ga naar Layout > Define Work Area.
- Afmetingen invoeren: Zet Width = 8,00 en Height = 8,00.
- Werkgebied zichtbaar maken: Zet de zichtbare achtergrond aan (Sue gebruikt groen) zodat je een duidelijk kader hebt tijdens het digitaliseren.
Controlepunten (visueel & logisch)
- Visueel: Je ziet een duidelijke, gekleurde vierkante grens op het scherm: jouw "niet overschrijden"-zone.
- Logisch: Alles wat je tekent en rangschikt is nu direct te beoordelen ten opzichte van dit kader (in plaats van op een oneindig canvas).
Verwacht resultaat
- Een bevestigd 8x8 werkgebied dat overeenkomt met je fysieke borduurring-limiet.
Waarom dit telt (de praktijk achter ringafdrukken)
Zelfs als software en ringmaat overeenkomen, gooit de werkelijkheid roet in het eten: stof kan "in trekken" door steekspanning, batting veert mee, en bij het inspannen kan er minieme scheefstand ontstaan.
Werk je vaak met een quilt-sandwich (topstof + batting + backing), dan is de uitdaging vooral: volume. Een standaard kunststof borduurring klemt dikke lagen niet altijd gelijkmatig—met kans op ringafdrukken of dat de ring tijdens het borduren loskomt.
Voor herhaalbaarheid (bijv. meerdere identieke blokken) kiezen veel borduurders daarom voor inspanstations: je positioneert en stabiliseert je lagen gecontroleerd vóórdat je de ring sluit, waardoor je uitlijning constanter wordt.
Vormen digitaliseren en de functie Alternate Motif gebruiken
Sue werkt met een "vorm-eerst" aanpak: eerst een strakke basisvorm, daarna pas textuur. Dat voorkomt een wiebelige, handgetekende uitstraling. De sleutel is het slim gebruiken van toetsen om verhoudingen te vergrendelen.

Stap 2 — Een hart maken dat mooi in verhouding blijft
- Tool kiezen: Ga naar Digitize en kies Standard Shapes.
- Vorm selecteren: Kies Borders > Heart.
- Plaatsen: Klik en sleep op het canvas om het hart te plaatsen.
- Verhouding vastzetten: Cruciale stap—houd tijdens het slepen de Control-toets ingedrukt. Zo blijft de vorm proportioneel en voorkom je een "plat" of "uitgerekt" hart.
- Afronden: Laat eerst de muisknop los en daarna pas de Control-toets.
Controlepunten
- Visueel: Het hart oogt symmetrisch en strak.
- Ruimte: Het past comfortabel binnen het 8x8 kader (grofweg 60–70% van het vlak), zodat je later kunt herhalen zonder tegen de rand te komen.
Verwacht resultaat
- Eén nette basisvorm (je "mastermodule") die je straks kunt vermenigvuldigen.
Stap 3 — Van eenvoudige vulling naar een Blackwork-motief
Een standaard Tatami-vulling kan een quiltblok snel stug maken. Sue kiest voor Motif Fill (in de categorie Blackwork), zodat er meer negatieve ruimte ontstaat en de batting visueel "mee kan werken".
- Object selecteren: Klik op het hart.
- Eigenschappen openen: Dubbelklik of open de Object Properties docker.
- Vulling wijzigen: Zet de fill op Motif en kies een patroon uit Blackwork.

Stap 4 — Alternate Motif inschakelen en spacing afstellen
Hier maak je het verschil tussen "standaardinstellingen" en een ontwerp dat echt ontworpen oogt. Twee afwisselende motieven geven diepte, maar je moet de afstanden goed afstellen zodat elementen niet onbedoeld in elkaar grijpen.
- Alternates aanzetten: Vink in Object Properties Use Alternate Motif aan.
- Tweede patroon kiezen: Selecteer het tweede motief (Sue creëert een in elkaar geweven effect).
- Spacing finetunen:
- Column Spacing: Verklein om verticale elementen dichter bij elkaar te brengen.
- Row Spacing: Stel af totdat het tweede motief (bijv. cirkels) netjes in de open ruimtes van het eerste motief valt.
- Offset: Verschuif het hele raster zodat vormen niet vreemd "afgekapt" worden langs de rand van het hart.
Controlepunten
- Visueel: Je ziet geen rommelige overlap. Overlap kan onder de stof sneller tot draadophoping (birdnesting) leiden.
- Ontwerp: Geen grote gaten, geen halve vormen die storend tegen de rand eindigen.
Verwacht resultaat
- Een hart met textuur dat meer "geweven" oogt dan "gestempeld".
Praktijktip uit de reacties (de "speelfase")
Zeker als je nieuw bent in Hatch is het verleidelijk om alles in één keer goed te willen doen. Werk liever in kleine stappen: pas één waarde aan (bijv. Row Spacing), kijk wat er gebeurt, en beslis dan of het beter wordt. Dit is precies het soort "al doende" werkwijze dat veel gebruikers prettig vinden.
Expertnoot: motiefdichtheid vs. praktijk
Wat er op het scherm luchtig uitziet, kan op een quilt-sandwich toch compact uitvallen.
- Risico: Te krappe spacing betekent dat de naald vaak dicht op elkaar in dezelfde zone prikt.
- Signaal: Je hoort de machine zwaarder "tikken" en de draad kan sneller rafelen of breken.
- Aanpak: Kies bij quiltblokken liever voor iets meer open spacing en test altijd één proeflap.
Standaardvormen omzetten naar appliqué
Sue dupliceert het hart om een nette appliqué-rand op te bouwen. Het omzetten zelf is eenvoudig; de volgorde in de Sequence is waar het in de praktijk vaak misgaat.

Stap 5 — Dupliceren en een outline maken
- Dupliceren: Dupliceer het hart (Ctrl+D).
- Omzetten: Zet de duplicaatvorm tijdelijk om naar een Outline (Single Run) zodat je de lagen visueel uit elkaar houdt.
Controlepunten
- Visueel: Je ziet nu twee objecten: de getextureerde vulling en een duidelijke rand.
Verwacht resultaat
- Laagscheiding: vulling (basis) + rand (definitie).
Stap 6 — Omzetten naar appliqué en daarna "Break Apart" voor controle
- Selecteren & omzetten: Selecteer het outline-hart en ga naar Appliqué > Convert to Appliqué.
- Object opsplitsen: Gebruik Break Apart. Dit is essentieel: je krijgt de onderdelen (plaatsing, vastzetten, cover stitch) los in de Sequence zodat je ze echt kunt sturen.
Controlepunten
- Structuur: In de Sequence Docker zie je dat één appliqué-object is opgesplitst in meerdere stappen.
Verwacht resultaat
- Volledige controle over wat de machine wanneer doet.
Stap 7 — Steekvolgorde corrigeren (de "satijnvalkuil")
Kernprincipe: Als je zware cover stitch (satijn) te vroeg laat lopen, kan de appliquéstof nog verschuiven. Dan mis je de rand, krijg je rimpels of een rommelige afwerking.
Veilig volgordeprotocol:
- Plaatsingslijn: (Run stitch) geeft aan waar de appliquéstof moet komen.
- Machine-stop: (via kleurwissel) moment om stof te plaatsen.
- Vastzetlijn: (dubbele run of zigzag) fixeert de stof.
- Machine-stop: moment om overtollige stof weg te knippen.
- Binnenwerk/vulling: het motief op de vastgezette stof.
- Cover stitch: (satijn/E-stitch) de nette eindrand.
Controlepunten
- Sequence: Controleer dat plaatsing en vastzetten vóór de afwerksteken staan.
Verwacht resultaat
- Een volgorde die klopt met hoe je in het echt werkt aan de machine.
Expertnoot: appliqué op quilt-sandwich
Batting geeft "puff" en dus beweging. Als je vastzetlijn te licht is, schuift de stof tijdens het knippen makkelijker weg. Een zigzag of dubbele run houdt op volumineuze lagen doorgaans stabieler.
Complexe mandala’s maken met Circle Layouts
Nu je één nette module hebt (appliqué-hart met motiefvulling), kun je die digitaal herhalen. Daarmee bouw je snel een mandala-achtig quiltblok.

Stap 8 — Circle Layout gebruiken met 5 herhalingen
- Selecteren: Selecteer de volledige hartmodule (motief + appliqué-lagen samen).
- Layout-tool: Ga naar Create Layouts > Circle Layout.
- Instelling: Zet Repetitions = 5.
- Draaipunt: Versleep het centrale pivot-punt en kijk naar de preview. Positioneer zo dat de harten als bloemblaadjes staan zonder elkaar te raken.
- Centreren: Klik Auto Center to Work Area om alles netjes in je 8x8 kader te zetten.
Controlepunten
- Speling: Zorg dat harten niet overlappen; overlap betekent extra lagen stof en kan naaldbreuk veroorzaken.
- Symmetrie: Het geheel staat gecentreerd in het werkgebied.
Verwacht resultaat
- Een radiaal ontwerp met 5 harten dat er complex uitziet, maar in feite één module is die slim herhaald wordt.
Efficiëntie-inzicht: hobby vs. productie
Een mooi ontwerp is pas bruikbaar als je het ook consequent kunt inspannen.
- Hobby: "Ik centreer op het oog." (met kans op scheefstand per blok).
- Productie: "Ik wil herhaalbaarheid."
Voor series quiltblokken helpt een inspanstation voor borduurmachine om je uitlijning per blok gelijk te houden.
Het ontwerp afronden: placement-lijnen en sequencing
Hier maak je van een "tekening" een bestand dat prettig werkt aan de machine. Je voegt structuur (offsets/omtrekken) en functionaliteit (plaatsings- en vastzetlijnen) toe voor een ITH-achtige workflow.

Stap 9 — Offsetlijnen in het midden maken (0.150 in)
Sue vult de negatieve ruimte in het centrum op.
- Middenruimte selecteren: Klik in de lege ruimte die ontstaat tussen de harten.
- Offset-tool: Gebruik Create Outlines and Offsets.
- Waarde: Zet Offset = 0.150 in.
- Holes: Kies "No holes" voor strakke lijnen.
Controlepunten
- Visueel: Er verschijnen nieuwe geometrische lijnen (ster/echo) in het midden.
- Vrijloop: De lijnen raken de harten niet op een manier die later voor te veel bulk zorgt.
Verwacht resultaat
- Een centrum dat het geheel visueel samenbindt.

Stap 10 — Decoratieve steektypes toevoegen
Een enkele run stitch kan wegvallen op batting. Met decoratieve lijnen krijg je meer het gevoel van handquilten.
- Lijn selecteren: Klik een van de offsetlijnen.
- Type wijzigen: Zet Single Run om naar Backstitch (handnaai-look) of Stem Stitch (koordlook).
- Speciaal effect: Kies Candlewicking voor een knoop-/"French knot"-achtige textuur.

Controlepunten
- Zichtbaarheid: Op batting vallen dunne lijnen sneller weg; een stevigere lijnsteek is beter zichtbaar.
Verwacht resultaat
- Duidelijke, decoratieve lijnaccenten.
Stap 11 — Een plaatsingsvierkant voor het quiltblok toevoegen
Je hebt een gids nodig voor waar batting en basisstof moeten komen.
- Tekenen: Gebruik de Rectangle-tool om een vierkant om het ontwerp te zetten.
- Maat: Houd het net binnen de groene 8,00-grens.
- Volgorde: Rechtsklik en kies Move to Top zodat dit als eerste wordt geborduurd.

Controlepunten
- Sequence: Dit vierkant staat als event #1 bovenaan.
Verwacht resultaat
- Een "target box" op je vlies/stabilizer als plaatsingshulp.
Stap 12 — Dupliceren voor een vastzet-stop
- Dupliceren: Kopieer het plaatsingsvierkant.
- Kleurwissel: Geef de kopie een andere kleur zodat de machine stopt (Color 1 → stop → stof plaatsen → Color 2).
- Verstevigen: Sue noemt dat je eventueel een herhaling/backtrack kunt gebruiken zodat het geheel steviger vastzit.

Controlepunten
- Logica: De volgorde is nu: Placement Square (kleur A) → Tack-down Square (kleur B) → ontwerp.
Verwacht resultaat
- Een bestand met een duidelijke ITH-achtige structuur voor plaatsing en vastzetten.
Operationele checklist (pre-flight)
- Werkgebied: 8,00 x 8,00 bevestigd; alles staat binnen de rand met een veilige marge.
- Appliqué-volgorde: Plaatsing (run) → stop → vastzetten (zigzag/dubbele run) → stop → knippen → cover stitch.
- Mandala-speling: Geen overlap tussen harten.
- Lijnwerk zichtbaar: Decoratieve lijnen zijn niet te "dun" voor batting.
- ITH-logica: Placement Square is #1, Tack-down Square is #2.
- Stops via kleur: Verschillende kleuren gebruikt om stops af te dwingen.
Voorbereidingschecklist (verbruik & machine)
- Naald: 90/14 (bijv. quilting/topstitch) is vaak praktischer op batting dan een standaard universele naald.
- Onderdraad: Zorg voor een volle onderdraadspoel; quiltblokken kunnen veel steken bevatten.
- Test: Maak eerst één proefblok op restmateriaal om motiefdichtheid en volgorde te controleren.
Setup-checklist (inspannen & uitlijning)
- Midden markeren: Markeer het midden van je stof/batting zodat je sneller kunt uitlijnen.
- Inspannen vs. "floaten": Bepaal of je alleen het vlies inspant en de quiltlaag erop legt, of alles samen inspant.
- Ringkeuze: Bij dikke lagen kan een standaard ring lastiger klemmen. Overweeg magnetische borduurringen om dikte gelijkmatig te klemmen en ringafdrukken te beperken.
- Vrije ruimte: Controleer dat de ringarmen vrij kunnen bewegen.
Beslisboom — ringkeuze voor quilt-sandwich
Gebruik deze logica om je aanpak te kiezen:
- Is je materiaalstapel dik (bijv. topstof + batting + backing)?
- JA: Standaard ringen kunnen lastig klemmen of afdrukken geven. Oplossing: kies magnetische borduurringen voor gelijkmatige klemkracht.
- NEE: Een standaard borduurring is prima; werk wel met marge tot de rand.
- Is dit een serie (10+ blokken)?
- JA: Uitlijning en vermoeidheid worden een factor. Oplossing: werk met een systeem zoals een hoop master inspanstation voor borduurringen om elk blok consistent te positioneren.
- NEE: Handmatig centreren is vaak voldoende.
- Krijg je ringafdrukken?
- JA: Overweeg magnetisch klemmen of het materiaal te "floaten" op (tijdelijk) hechtend vlies.
Problemen oplossen
Symptoom: motiefelementen overlappen of "bijten" in elkaar
- Waarschijnlijke oorzaak: Spacing/offset in de motiefinstellingen sluit niet mooi aan op de vorm.
- Snelle fix: Ga naar Object Properties en pas Row Spacing en Offset stap voor stap aan terwijl je het probleemgebied in beeld houdt.
- Preventie: Geef het motief wat meer "ademruimte" door de container (het hart) iets groter te maken als het blijft botsen.
Symptoom: ontwerp komt te dicht bij de rand / limietmelding
- Waarschijnlijke oorzaak: Je ontwerpt exact tot 8,00 terwijl de praktische limiet kleiner uitvalt.
- Snelle fix: Select All (Ctrl+A) en schaal het ontwerp iets terug.
- Preventie: Ontwerp standaard net binnen de maximale maat, zeker bij quilt-sandwiches.
Symptoom: appliqué-rand rommelig (stofhaartjes/"whiskers")
- Waarschijnlijke oorzaak: Cover stitch liep te vroeg of er is niet strak genoeg langs de vastzetlijn geknipt.
- Snelle fix: Dit is achteraf lastig te herstellen.
- Preventie: Controleer de Sequence: vastzetten vóór afwerken, en knip dicht langs de vastzetlijn.
Symptoom: mandala staat scheef (harten niet mooi radiaal)
- Waarschijnlijke oorzaak: Het pivot-punt in Circle Layout is tijdens het schuiven net verplaatst.
- Snelle fix: Undo (Ctrl+Z) tot vóór de layout en maak de Circle Layout opnieuw; centreer daarna met Auto Center to Work Area.
Resultaat
Met Sue’s workflow ga je verder dan "een ontwerpje op stof zetten". Je bouwt een bruikbaar In-The-Hoop quiltblokbestand met:
- Randmarge: een 8x8 lay-out die rekening houdt met de praktijk.
- Textuur: dubbele Blackwork-motieven via Alternate Motif.
- Structuur: appliqué in een volgorde die aan de machine klopt (plaatsing → vastzetten → knippen → cover).
- Functionaliteit: geïntegreerde plaatsings- en vastzetlijnen voor batting/stof.

De stap naar productie: Als je dit wilt opschalen (meerdere blokken achter elkaar), wordt je bottleneck vaak niet de software maar het consequent uitlijnen en inspannen. Een hulpmiddel zoals een magnetisch inspanstation kan dan helpen om variatie door handwerk te verminderen.
Eindpakket:
- Bestanden:
.EMB(bewerkbaar) en.PES/.DST(machine). - Specificatie: ontwerp blijft binnen 8x8.
- Test: borduur altijd eerst één proefblok op reststof/batting om spacing en dichtheid te beoordelen voordat je in je mooie quiltstoffen knipt.
