Inhoud
Mastergids: je bestand voorbereiden in Chroma Luxe voor de Ricoma MT-1501 (van software tot de eerste steek)
Als je dit leest, sta je waarschijnlijk voor je Ricoma MT-1501 met een mix van enthousiasme en lichte paniek. Je hebt een ontwerp klaarstaan, maar de machine kijkt je aan met een leeg scherm—of erger: een knipperend rood waarschuwingskader.
Geen stress. Dit is de “borduurkloof”. Iedereen—van de hobbyist in de garage tot de productieleider—heeft hier gestaan. De machine is een nauwkeurig industrieel gereedschap, maar ze is letterlijk “dom”: ze doet exact wat jij haar vertelt. Jij bent degene die de juiste input moet geven.
Deze gids is niet alleen een tutorial; het is een veiligheidsprotocol. We overbruggen de stap tussen je ontwerpsoftware (Chroma Luxe) en de fysieke naald. Je leert een nette bestandsworkflow, betrouwbare data-overdracht en vooral de cruciale logica van “rood kader vs. groen kader” die dure botsingen helpt voorkomen.

Fase 1: De blauwdruk – je bestand voorbereiden in Chroma Luxe
Machinaal borduren is grofweg 80% voorbereiding en 20% uitvoering. Als je bestand rommelig is, borduurt de machine rommelig. We starten in Chroma Luxe: het “brein” van je workflow.
Ontwerp importeren en controleren
In het voorbeeld werkt de operator met een “Betty Boop Christmas stocking”-ontwerp. Dat is een relatief “vlak” ontwerp, maar dezelfde principes gelden ook voor een simpel logo of een complexer project.
Actie:
- Open Chroma Luxe.
- Zoek je ontwerpbestand op je computer.
- Klik met links en houd vast, en sleep het bestand direct het Chroma Luxe-werkveld in.

Snelle controle (de “vastpak-test”): “Pakt” het ontwerp mee aan je cursor? En zie je na loslaten een selectiekader (bounding box) rond het ontwerp?
- Visueel: je ziet het ontwerp op het raster/werkveld.
- Actie: klik op het ontwerp. Verschijnen er handgrepen (kleine vierkantjes) aan de randen, dan is het een bewerkbaar borduurobject. Lijkt het meer op een platte achtergrondafbeelding, dan is het waarschijnlijk niet als borduurdata/object geïmporteerd.
Het “recept” vs. de “maaltijd”: bestandsformaten begrijpen
Hier gaat het bij beginners vaak mis. Je kunt de machine geen “projectbestand” voeren. Je moet onderscheid maken tussen twee soorten bestanden.
- Werkbestand (.RDE in Chroma): zie dit als je recept. Het bevat o.a. kleuren, instellingen en bewerkingsmogelijkheden. Dit bestand bewaar je om later te kunnen aanpassen.
- Machinebestand (.DST): zie dit als de kant-en-klare maaltijd. Het is “vast”: de machine leest vooral de X/Y-coördinaten (steken). De machine denkt niet in “rood” of “blauw”, maar in “stop” en “verplaats”.
Praktijkregel: de Ricoma MT-1501 werkt in de praktijk met DST (Tajima Data Format). Dat is een veelgebruikte standaard in commerciële borduurworkflows.

Het dubbele-opslaan protocol
Wil je professioneel werken (en jezelf later veel gedoe besparen), gebruik dan de dubbele-opslaan methode.
Stap 1: sla het werkbestand op
- Ga naar File > Save As.
- Kies formaat: .RDE.
- Locatie: een vaste map, bijvoorbeeld “Master Files” op je pc.
Stap 2: exporteer het machinebestand
- Ga naar File > Save As.
- Kies formaat: .DST.
- Locatie: een map zoals “Ready for Machine”.

Expert-tip – bestandsnamen die je hoofd rustig houden: Schermen op borduurmachines tonen vaak maar een beperkt aantal tekens. Een naam als Christmas_Stocking_Design_Final_Version_2_Revised.dst is later vooral frustrerend.
- Slechte naam:
img001.dst(na 10 minuten weet je niet meer wat het is). - Goede naam:
XmasBoop_100mm.dst(onderwerp + maat). - Waarom? Als je op de machine door een lijst scrolt, helpt maat/variant in de bestandsnaam om niet per ongeluk de verkeerde versie te laden.
Fase 2: De brug – ontwerpen overzetten naar USB
Datacorruptie is een stille killer. Een beschadigd bestand kan haperingen, steekfouten of zelfs vastlopers veroorzaken. De “brug” tussen pc en Ricoma is je USB-stick—en die moet betrouwbaar zijn.
USB-hygiëne protocol
De video laat een simpele drag-and-drop zien, maar in de praktijk loont het om dit netter te doen.

USB-eisen (de “sweet spot”):
- Capaciteit: gebruik bij voorkeur sticks onder 32GB. Oudere industriële systemen hebben soms moeite met heel grote drives.
- Formattering: zorg dat de stick op FAT32 staat voor maximale compatibiliteit.
- Netheid: gebruik bij voorkeur een USB-stick die je alleen voor borduurbestanden gebruikt. Minder “digitale rommel” = sneller zoeken en minder kans op fouten.
Slepen, neerzetten en verifiëren
Open de USB-map op je computer. Sleep het .DST-bestand vanuit je map naar de USB-map.

De 3-seconden check: Niet alleen slepen en aannemen dat het goed ging.
- Open de USB-map.
- Zoek de bestandsnaam.
- Controleer de bestandsgrootte: staat er 0KB, dan is er iets misgegaan. Een DST is meestal enkele kilobytes tot (afhankelijk van ontwerp) groter.
De uitwerpregel
Tijdens schrijven kan het bestand nog niet “afgesloten” zijn. De machine kan het dan soms wel openen, een stuk borduren en vervolgens vastlopen. Gebruik altijd “Eject” of “Hardware veilig verwijderen”.
Workflow-inzicht voor groei: Als je vaker per dag heen en weer loopt met een USB-stick, is dat een signaal om je workflow te verbeteren. De Ricoma MT-1501 ondersteunt netwerkoverdracht; dat kan het gesjouw verminderen en spaart ook de USB-poorten.
Fase 3: De overdracht – bestanden op de machine laden
Nu ga je naar de machine. Je staat aan het bedieningspaneel van de Ricoma MT-1501. Hier tellen kleine handelingen (en timing) ineens mee.

Poortlocatie en fysiek insteken
Zoek de USB-poort aan de zijkant van de behuizing van het bedieningspaneel.

Snelle controle (de verbinding): Steek de USB-stick rustig in. Je voelt lichte weerstand, maar forceer nooit. Gaat het niet soepel, controleer dan of er stof/pluis in de poort zit. Wacht daarna een paar seconden zodat de machine de stick kan “inlezen”.
De buffer leegmaken
Voor je een nieuwe job laadt, is het verstandig om de vorige job uit de actieve status te halen.
- Zoek het slot-icoon op het scherm.
- Tik op Unlock om het huidige ontwerp uit de “Active Status” te verwijderen.

Het datapad instellen
- Tik op het File-icoon.
- Tik op het USB-icoon (lijkt vaak op een stick).
- Je ziet nu een lijst met bestanden op je USB.

Probleemoplossing: “onzichtbare bestanden” Is de lijst leeg terwijl je zeker weet dat het bestand erop staat?
- Heb je echt als DST opgeslagen? (de machine filtert vaak niet-compatibele bestanden weg).
- Staat het bestand in een submap? Mogelijk moet je eerst een map openen.
De gewoonte: opslaan in intern geheugen
Hoewel sommige machines direct vanaf USB kunnen borduren, is het in de praktijk slimmer om dat niet te doen. Trillingen kunnen een USB-contact heel kort onderbreken. Als dat midden in een borduurcyclus gebeurt, kan de job stoppen.
Zo doe je het goed:
- Selecteer je bestand in de USB-lijst.
- Sla het op in Folder One (intern geheugen).
- Druk op OK.

Resultaat: het bestand staat nu in het interne geheugen van de machine. Dat is de meest stabiele manier om te werken.
Fase 4: Het vangnet – inspannen en tracen
Dit is het belangrijkste deel om fysieke schade te voorkomen. Je gaat een naald die razendsnel beweegt exact vertellen waar hij moet prikken. Zit de borduurring in de weg, dan “wint” de naald—maar jij verliest tijd, onderdelen en mogelijk veiligheid.
Het “rode kader” als alarmsignaal
Kijk direct na het laden naar het kader/omlijning op het scherm.
- Regel: groen = oké, rood = niet starten.

Is de omlijning rood, dan zegt de machine in feite: “Het ontwerp is groter dan de borduurring-instelling die nu geselecteerd is.”
Negeer een rood kader niet. Als je toch start, kan het bewegende frame (pantograaf) de naaldstang tegen de borduurring duwen. Dat kan de ring beschadigen, naalden breken en in het slechtste geval gevaarlijke rondvliegende delen veroorzaken.
De juiste borduurring-preset kiezen
De machine “ziet” niet welke borduurring je fysiek hebt gemonteerd. Jij moet de juiste preset selecteren.
- Ga naar Design Set.
- Tik op Hoop Selection (vaak een letter, zoals ‘E’).
- Blader door de presets (A, B, C, D...).

Praktische methode (zoals in de video):
- Kies borduurring C. Blijft het kader rood? Dan is het te klein.
- Kies borduurring D. Wordt het kader groen?

Keuzecriterium: Kies de kleinste borduurring die toch een groen kader geeft. Een kleinere borduurring houdt de stof doorgaans strakker en geeft stabielere uitlijning/registratie dan een te grote ring.
Pro-tip over inspanmateriaal: Als je moeite hebt om een ontwerp netjes te laten passen of je moet sneller produceren, kom je vaak ook het probleem “ringafdrukken” tegen: de standaard borduurring kan een zichtbare afdruk achterlaten op delicate stoffen.
Upgrade-pad (alleen als het probleem zich voordoet):
- Scenario: dikke items (bijv. jassen) die uit de ring willen kruipen, of delicate polyester die snel afdrukken krijgt.
- Oplossing niveau 1: extra borduurvlies gebruiken of de schroef iets losser (let op: dit kan de spanning negatief beïnvloeden).
- Oplossing niveau 2 (structurele fix): overstappen op magnetische borduurringen.
- Waarom? Magnetische borduurringen klemmen gelijkmatig zonder dat je een binnenring in een buitenring hoeft te persen. Dat vermindert ringafdrukken en maakt het inspannen vaak sneller en consistenter.
Centreren en tracen (de laatste verificatie)
Als het kader groen is, positioneer je het ontwerp.
- Druk op Escape om terug te gaan.
- Gebruik de pijltjes op het paneel om het frame te verplaatsen en de naald boven je gemarkeerde middelpunt te zetten.

Trace: Druk nooit op “Start” zonder trace.
- Tik op Trace (vaak een gestippeld kader).
- Controle: kijk hoe de machine de omtrek/het bereik afloopt.
- Veiligheidscheck: komt de persvoet gevaarlijk dicht bij de rand van de borduurring? Zit je “krap”, corrigeer dan door het ontwerp iets te verschuiven.

inspanstation voor borduurmachine
Fase 5: Veelvoorkomende laadproblemen oplossen
Als er iets misgaat, gebruik dan dit schema om gericht te controleren in plaats van te gokken.
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Controlepad | Oplossing |
|---|---|---|---|
| Rood kader | Verkeerde borduurring-preset | Kijk naar de omlijning: rood? | Ga naar Design Set > Hoop en kies een grotere maat (bijv. van C naar D). |
| Bestand niet zichtbaar op USB | Verkeerd opgeslagen of verkeerde map | Controleer USB op de pc: staat het bestand er echt? | Opnieuw exporteren als .DST. Controleer of het niet in een submap staat. |
| “Format Error” | Verkeerde extensie | Probeerde je het .RDE-bestand te laden? | De machine leest geen RDE. Ga terug en exporteer als .DST. |
| “Pop”-geluid van de ring | Stof verschuift | Schroef van standaard ring te los | Schroef voorzichtig aandraaien. Upgrade: overweeg magnetische borduurringen voor constantere klemkracht. |
| Naald raakt de borduurring | Trace overgeslagen | Heb je een trace gedaan? | Altijd tracen. Zorg ook dat de borduurring-preset op het scherm overeenkomt met de fysieke borduurring. |
Pre-flight checklist: de “pilot’s walkaround”
Voordat je op Start drukt, loop dit mentaal even langs. Dit is het verschil tussen “het werkt soms” en “het werkt elke dag”.
1. Voorbereiding (op de computer)
- Dubbel opslaan: zowel
Master.rde(voor edits) alsStitch.dst(voor de machine). - Naamgeving: bestandsnaam bevat de maat (bijv.
Logo_4in.dst). - USB-check: FAT32, <32GB, en vrij van niet-essentiële bestanden.
- Veilig uitwerpen: “Eject” gebruikt op de pc.
2. Setup (op de machine)
- Buffer leeg: vorige job ontgrendeld en uit actieve status gehaald.
- Intern geladen: bestand van USB naar Memory Folder 1 opgeslagen.
- Borduurring-match: fysieke borduurring komt overeen met de letter/preset op het scherm.
- Verbruikscheck:
- Onderdraadspoel voldoende gevuld? (visueel checken).
- Draadpad vrij? (draad zachtjes trekken: gelijkmatige weerstand).
- Naald oké? (als de punt ruw aanvoelt of blijft haken: vervangen).
3. Operatie (het “groene licht”)
- Kadercheck: omlijning op het scherm is GROEN.
- Centrering: naald uitgelijnd met je markering.
- Trace gedaan: voldoende afstand tot de borduurring tijdens trace.
- Werkplek vrij: geen tools, scharen of bekers in de buurt van bewegende delen.
Waarschuwing: extra veiligheidsnoot over magnetische borduurringen
Als je besluit te upgraden naar Ricoma borduurringen met magnetische bevestiging:
1. Beknellingsgevaar: magneten kunnen hard dichtklappen—houd vingers uit de klemzone.
2. Elektronica/medisch: houd ze uit de buurt van gevoelige elektronica en medische apparaten (zoals pacemakers).
3. Opslag: bewaar ze gescheiden met de meegeleverde foam/afstandhouders.
Conclusie: van spanning naar controle
Je hebt nu het meest “spannende” deel van machinaal borduren onder de knie: de setup. Door correct op te slaan (RDE vs. DST), het rode kader serieus te nemen en altijd te tracen, haal je een groot deel van de crash-oorzaken uit je workflow.
Onthoud: de machine is snel, maar jij bent de operator. Voelt iets niet goed—ring zit los, kader is rood, trace loopt krap—stop. Reset. Volg de checklist.
Als dit routine wordt, kun je minder focussen op knoppen en meer op kwaliteit en productie. En als je volume stijgt tot je polsen pijn doen van het inspannen van tientallen shirts, dan weet je dat het tijd is om te kijken naar borduurringen voor borduurmachines die met magneten snel en consistent sluiten.
Veel borduurplezier.
